Een op de vijf opiniestukken is AI, en het verbod stond in de mail

De Wall Street Journal verdedigde vorige week een opiniestuk dat met AI was geschreven. Bijna elke andere opinieredactie verbiedt AI-tekst, en in Nederlandse kranten bleek een vijfde van de ingezonden stukken toch volledig door AI gemaakt. De vraag is niet wat het beleid is, maar wat een verbod waard is dat niemand kan handhaven.

Dit artikel is geschreven door AI.

Platte illustratie: een geopende envelop met een half uitgetrokken vel papier waarvan de tekstregels overgaan in een raster van kleine vierkanten. Ernaast staat rechtop een vel dat helemaal uit blauwe vierkantjes bestaat.

Lezers op sociale media hadden het door voordat de auteur iets zei. Ze herkenden de zinsbouw, haalden de tekst door detectietool Pangram en deelden een uitslag die hun vermoeden leek te bevestigen. Het ging om een opiniestuk over het bondbeleid van miljardair-investeerder Stanley Druckenmiller, dat de Wall Street Journal op maandag publiceerde. Een dag later bevestigde hij het aan NOTUS. “Of course I used AI,” zei hij, zo tekende CJR op. “I’m not embarrassed by it.”

Daarna gebeurde er niets van wat er normaal gebeurt. Geen redactionele noot, geen offline gehaald stuk, geen spijt van de auteur of van de krant. Volgens Nieman Lab is dat wat deze zaak afwijkend maakt. Druckenmiller vergeleek AI met een rekenmachine: “I write everything using AI now for the same reason I use a calculator when I do math problems.” De Washington Post berichtte een dag later dat de krant stelde dat Druckenmiller geen beleid had geschonden.

Gigot trekt een grens die niet bij hemzelf ligt

Opinieredacteur Paul Gigot legde in een vervolgcolumn twee regels vast. Voor zijn eigen mensen is die streng: geen AI die een column of hoofdredactioneel opstelt, alles moet origineel werk zijn. Voor externe bijdragers ligt het volgens hem “more complicated”, omdat die geen beroepsschrijvers zijn en anders mogelijk toch een ghostwriter hadden ingeschakeld. Melden hoefde niet: “it wouldn’t be honest for me to grandstand that our contributors never use a tool like AI. Mr. Druckenmiller’s sin against the media pharisees was admitting its use.” De zonde was dus niet het gebruik maar de bekentenis.

Dat ghostwriter-argument is het scherpste dat er te maken valt. Machtige mensen die ruimte krijgen op een opiniepagina laten hun stuk vaak schrijven door professionele schrijvers of pr-medewerkers, net zoals politici speechschrijvers hebben. Waarom zou een taalmodel anders zijn? Mediawetenschapper Michael Socolow van de University of Maine noemt tegenover CJR het verschil: een goede ghostwriter daagt ideeën uit en scherpt het argument aan. “AI does exactly the opposite,” zei hij. “It doesn’t make it idiosyncratic. It flattens it and makes it interchangeable.” AI vlakt de tekst juist af en maakt hem uitwisselbaar. De opiniesectie van de Journal wordt volgens hem “enormously devalued by making it fungible”, tot een industrieel product dat volledig los van menselijke tussenkomst gemaakt kan worden.

CJR wijst erop dat het gepubliceerde AI-beleid van de Wall Street Journal onder meer originaliteit, kwaliteit en transparantie voorschrijft. Bij het Druckenmiller-stuk meldde niemand het AI-gebruik.

Vierentwintig kranten, geen navolging

Nieman Lab benaderde redacteuren van 24 vooraanstaande Amerikaanse kranten met de vraag of ze de lijn van de Wall Street Journal volgen. Geen van de redacties die reageerden wilde dat. “No. Not at this juncture. We are looking for human opinions, crafted and honed by humans. Period,” antwoordde Chris Jones, editorial page editor van de Chicago Tribune. Bijdragers verklaren in de overeenkomst met zijn krant dat ze geen AI hebben gebruikt.

De verschillen zitten in de handhaving, niet in het principe. De Los Angeles Times weigert een stuk of laat de passages schrappen, in plaats van het gebruik alleen aan de lezer te melden. De San Francisco Chronicle vraagt via het inzendformulier iedereen om AI-gebruik op te geven. Research en spellingcontrole hoeven niet gemeld, geschreven tekst wel. Vijf titels verbieden AI-tekst expliciet op hun site, waaronder The Boston Globe, The Seattle Times en The New York Times, die het ook voor freelancers vastlegt.

Helen Jung, opinieredacteur van The Oregonian, gebruikt hetzelfde ongelijkheidsargument als Gigot en komt precies andersom uit. Bedrijven en overheden hebben betaalde communicatiemedewerkers. Daarom vindt zij het oneerlijk gewone burgers een hulpmiddel te ontzeggen om hun tekst te verbeteren, zo zei ze tegen Nieman Lab, “though again, not to generate content”. Ze werkt nog aan een beleid en vindt AI-detectoren niet erg betrouwbaar.

Dat laatste is het echte probleem. Megan Schrader, editor of the editorial pages bij The Denver Post, screent brieven en columns met Grammarly’s AI-detector en zegt toch: “I am certain, despite these efforts, that we have published AI-written material unknowingly, but we try to prevent it.” New York Focus haalde 54 recente opiniestukken van New Yorkse politici door Pangram. De meerderheid werd gemarkeerd als in elk geval deels AI-gegenereerd.

In Nederland staat het verbod in de mail, en het werkt niet

Het Nederlandse cijfer is harder dan alles wat de Amerikaanse discussie oplevert. AI Report onderzocht 252 ingezonden opiniestukken uit NRC, Trouw, de Volkskrant, Het Parool en het FD, verschenen tussen 27 juli en 27 augustus. Daarvan waren er 49 volledig door AI geschreven en 57 deels. Bij de Volkskrant ging het om ruim een kwart van de stukken; bij NRC vond het platform geen enkel volledig AI-stuk.

Ingezonden opiniestukken en AI-gebruik AI Report onderzocht 252 ingezonden opiniestukken uit NRC, Trouw, de Volkskrant, Het Parool en het FD. Daarvan waren er 49 volledig door AI geschreven en 57 deels door AI geschreven. Bij NRC vond het platform geen enkel volledig AI-stuk. Van 252 onderzochte opiniestukken was ruim een derde deels of volledig AI Onderzochte stukken 252 Volledig door AI geschreven 49 Deels door AI geschreven 57 Bij NRC vond het platform geen enkel volledig AI-stuk.
Bron: AI Report via Villamedia

De Volkskrant mailt elke auteur vooraf dat AI niet is toegestaan, hooguit als spellingchecker. Hoofdredacteur Pieter Klok noemde zich verrast dat het “op zo’n grote schaal wordt ingezet” en de praktijk ongewenst: “We beraden ons hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen.” Het verbod bestond dus al, zwart op wit, in de mail aan de inzender.

FD-hoofdredacteur Perry Feenstra vindt de cijfers ongemakkelijk maar geen groot probleem, omdat de redactie de teksten nog beoordeelt. Daarnaast stelt hij: “Mensen met een waardevolle bijdrage aan het maatschappelijk debat, die de vaardigheid tot schrijven ontberen, staan wellicht niet langer per definitie aan de zijlijn.” De inzenders zelf zeggen tegen AI Report dat ze AI vooral gebruikten om hun eigen ideeën, ervaringen en argumenten strakker op te schrijven. Precies de grens die Jung trekt, alleen zonder dat iemand het vooraf mocht controleren.

Het debat is niet nieuw. In december 2024 stelde onderzoeksjournalist Peter Olsthoorn al vast dat NRC en de Volkskrant met AI gemaakte ingezonden brieven publiceerden. Waarom die erdoor kwamen, was voor hem geen raadsel: “Het antwoord is in mijn ogen duidelijk: vanwege de uitstekende stijl van schrijven, waardoor de redacties kennelijk de inhoud zonder argwaan lieten passeren.” Zijn voorstel toen: alleen nog bijdragen van geïdentificeerde experts. De Volkskrant meldt het verbod per e-mail aan de auteur; de San Francisco Chronicle en de Chicago Tribune laten inzenders het via formulier en overeenkomst verklaren.

Drie jaar geleden kostte één binnengesmokkeld AI-opiniestuk de Irish Times een publiek excuus. Hoofdredacteur Ruadhán Mac Cormaic haalde het binnen 24 uur offline en noemde het tegenover Villamedia “een vertrouwensbreuk tussen de Irish Times en onze lezers”. Wat redacties vinden, verschilt weinig van toen. Wel wat ze zien: Gigot verruimt de regel hardop, Klok houdt hem overeind en ziet een kwart van zijn opiniepagina er dwars doorheen glippen.