Californië betaalt per journalist: 20.000 dollar per baan

Een nieuwssite in de Californische Central Valley met drie vaste redacteuren krijgt onder een nieuwe regeling 60.000 dollar per jaar van de staat. Neemt hij een vierde verslaggever aan, dan gaat het totaal naar 95.000 dollar. De staat kijkt niet naar één artikel: het enige criterium is hoeveel journalisten er op de loonlijst staan.

Dit artikel is geschreven door AI.

Platte illustratie: vijf identieke zwarte mensfiguren staan naast elkaar op een lijn, boven elk zweeft een muntje, waarvan dat boven de vijfde figuur blauw en iets kleiner is. Rechts staat apart een zesde figuur in zwarte omtrek met witte vulling, met een blauw muntje erboven.

Assembly Bill 2222, de Community Newsroom Employment and Workforce Sustainability Act, werkt met terugbetaalbare belastingkredieten per journalist op de loonlijst. Volgens Nieman Lab is dat 20.000 dollar per journalist voor maximaal vijf posities. Elke journalist daarboven levert 15.000 dollar op, een deeltijdpositie 7.500. Wie uitbreidt, krijgt per nieuwe kracht bovenop dat krediet nog eens 15.000 dollar. Een redactie van drie die een vierde verslaggever aanneemt, komt zo van 60.000 op 95.000 dollar.

Terugbetaalbaar is hier het sleutelwoord. Krediet boven de belastingplicht van een organisatie wordt in contanten uitgekeerd, als een subsidie. Non-profitredacties die nauwelijks winstbelasting betalen krijgen dus gewoon geld. De regeling kan jaarlijks tot 40 miljoen dollar naar Californische redacties sturen; Rebuild Local News, de sponsor van de wet, houdt het op meer dan 40 miljoen.

Matt Pearce, director of policy bij Rebuild Local News, de non-profit die het voorstel sponsorde, vatte de prikkel zo samen: “if you hire more people, you get more money. If you lay people off, you get less money. If you don’t employ anyone, you don’t get anything.” De beloning zit in de loonlijst zelf, niet in een plan of een productie.

Het geld komt van de bedrijven met de hoogste beloningen. Californië beperkt de aftrekpost voor bestuurdersbeloningen boven één miljoen dollar en leidt een deel van die opbrengst naar lokale journalistiek. Zo hangt het programma niet aan een begrotingspost die bij de eerste bezuinigingsronde sneuvelt.

De overheid mag niet naar de inhoud kijken

Het ontwerp vermijdt bewust het gevoelige punt: wie beoordeelt of iets journalistiek is. De regeling bevat geen inhoudelijke toetsing door de overheid en leunt op objectieve criteria, schrijft Rebuild Local News, met waarborgen tegen misbruik door partijdige ‘pink slime’-operaties. Dat is de lezing van de organisatie die de wet zelf schreef en erop lobbyde. Hoe die waarborgen precies luiden, staat niet in haar bericht.

De criteria gelden gelijk voor iedereen. Commerciële en non-profitredacties komen op dezelfde voorwaarden in aanmerking, net als print, digitaal en omroep inclusief publieke media, en eenmanszaken. Een dorpskrant in de Central Valley kwalificeert op dezelfde termen als een non-profitsite in Oakland.

Daar zit ook het bezwaar. Twee jaar eerder koos Californië de andere route, een schikking met Google waarin geld eveneens per journalist werd verdeeld, met 12 procent van het fonds gereserveerd voor redacties van vijf journalisten of minder in ondervoorziene markten. Mediaanalist en uitgever Ken Doctor vroeg toen in een column voor Nieman Lab: “Why should the state use its hammer — and taxpayer dollars — to support the financially driven companies (Alden, Gannett, McClatchy) that have disinvested in California local news?” Waarom belastinggeld naar de ketens die zich juist uit Californië hebben teruggetrokken? Die ketens kregen dezelfde vergoeding per journalist als de etnische pers en digitale startups. Ook bij AB 2222 gelden de kredieten volgens Rebuild Local News uniform, ongeacht medium of businessmodel.

Van 5.000 naar 20.000 dollar per journalist

Het Google-akkoord van 2024 zette een News Transformation Fund op voor vijf jaar: 55 miljoen dollar van Google en 70 miljoen van de staat. Doctor schatte de opbrengst destijds op 5.000 tot 10.000 dollar per fulltime journalist, in het dure Californië “helpful, but not game-changing”. De 20.000 dollar van AB 2222 ligt daar een factor twee tot vier boven, en komt uit de staatskas in plaats van uit een schikking met een techbedrijf. Dat bedrag geldt wel alleen voor de eerste vijf posities; daarboven is het 15.000 dollar per journalist.

Californië is niet de eerste staat met dit rekenmodel. Illinois voerde in 2025 een belastingkorting voor lokale journalistiek in; redacties claimden daar in het eerste jaar 4 miljoen dollar. Volgens Rebuild Local News, dat ook AB 2222 sponsorde, wijzen de eerste resultaten uit Illinois erop dat de aanpak vooral kleinere redacties buiten de grote steden bereikt. New York reserveerde 90 miljoen dollar in de begroting voor 2025, New Mexico voerde begin dit jaar een krediet in tot 30 procent van het loon van een journalist. Bij elkaar vloeit er in 2026 naar schatting 82 miljoen dollar naar lokale redacties door maatregelen in zes staten, AB 2222 niet meegerekend.

Staatssteun voor lokale journalistiek in de Verenigde Staten Redacties in Illinois claimden in het eerste jaar 4 miljoen dollar aan belastingkorting. New York reserveerde 90 miljoen dollar in de begroting voor 2025. In 2026 vloeit naar schatting 82 miljoen dollar naar lokale redacties door maatregelen in zes staten, AB 2222 niet meegerekend. De Californische regeling AB 2222 kan jaarlijks tot 40 miljoen dollar opleveren. Illinois, eerste jaar 4 miljoen dollar New York, begroting 2025 Zes staten samen in 2026, zonder AB 2222 82 miljoen dollar Californië, AB 2222 per jaar tot 40 miljoen dollar 90 miljoen
Bedragen aan staatssteun voor lokale journalistiek. Bron: Nieman Lab.

De achtergrond is een leegloop. Landelijk daalde het aantal lokale journalisten sinds 2002 met meer dan 80 procent, van ruwweg 40 naar 7,8 per 100.000 inwoners. Gemeten naar journalisten per 100.000 inwoners hoort Californië bij de tien slechtste staten. Een rapport uit 2026 rekent voor dat het tekort lokale overheden ongeveer 1,1 miljard dollar per jaar kost aan hogere leenkosten, omdat geldschieters inprijzen dat niemand het stadhuis meer volgt.

Het Nederlandse debat liep vast op precies dit punt

Het argument dat de Californiërs omzeilen, is precies het argument waarmee Nederlandse hoofdredacteuren directe perssubsidie in 2009 afwezen. Vrijwel elke hoofdredacteur wees toen steun af die verder ging dan een lagere btw of een tegemoetkoming in de distributiekosten, uit vrees voor de onafhankelijkheid.

Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, en Ernst Jan Rozendaal, redacteur bij de PZC en voorzitter van de sectie dagblad van de NVJ, vonden dat onbegrijpelijk. “Waar zijn ze bang voor? Zou een gesubsidieerde pers zijn functie als waakhond van de overheid niet kunnen vervullen? Hoewel met publiek geld gemaakt, is het NOS Journaal een toonbeeld van journalistieke onafhankelijkheid”, schreven ze in hun opiniestuk. Ze bepleitten subsidie op voorwaarde dat het geld aantoonbaar bij de nieuwsproductie terechtkomt in plaats van bij de aandeelhouders, en opperden dat de commissie-Brinkman desnoods een wetswijziging kan voorstellen die overheidssteun koppelt aan een deugdelijk redactiestatuut.

Dat is een andere oplossing voor hetzelfde probleem. Het Nederlandse antwoord legt de waarborg binnen de redactie: het redactiestatuut moet de redactionele onafhankelijkheid beschermen, ook tegenover wie heeft bijgedragen aan het media-aanbod. De Mediawet eist dat publiek gefinancierd aanbod onafhankelijk is van commerciële én overheidsinvloeden. Californië laat de overheid helemaal niet naar de inhoud kijken en alleen naar de loonlijst.

De voorwaarde die de NVJ in 2009 wilde, is in het Californische model ingebakken: je krijgt alleen iets als je iemand in dienst hebt. Precies dat maakt Doctors bezwaar zo hardnekkig. Een keten die zijn redactie halveert krijgt minder geld, maar wie overblijft levert nog steeds 20.000 dollar per hoofd op, ongeacht wie de eigenaar is.

Newsom heeft tot 30 september om te tekenen of een veto uit te spreken. Rebuild Local News en Nieman Lab noemen geen motieven van de vijftien tegenstemmers in de Assembly en de tien in de Senaat.